Vanaf de zijlijn: Wij laten ons niet piepelen!

Elisa Kuster komt haar hele leven al bij FC Dordrecht. Mist vrijwel geen wedstrijd en nam vroeger nog wel eens de telefoon op bij de club vanuit een bouwkeet. Kan vanaf haar plekje op Noord net over het hek kijken en ziet daarom FC Dordrecht soms net even anders dan de rest. 

Woensdagavond 8 januari, een rare datum voor een wedstrijd, nog vreemder was de locatie: het Stadskantoor. FC Dordrecht nam het op tegen de Dordtse politiek. Een beetje nerveus stonden we voor de aftrap buiten te wachten, dit keer ging het niet om een periodetitel of promotie maar om het voortbestaan van onze club.

De filmpjes heb ik misschien wel honderd keer bekeken omdat ik er geen genoeg van kon krijgen. Al die supporters die moeite hadden gedaan om erbij te zijn en de raadsleden lieten zien wat clubliefde is. De mobieltjes werden tevoorschijn gehaald toen we met de hele groep binnenliepen, het spandoek uitrolden en zongen voor de club. Dit hadden de meeste raadsleden waarschijnlijk niet eerder meegemaakt. Wij wel maar dan doorgaans in een voetbalstadion, niet in een vergaderzaal.

Iedereen droeg op zijn eigen manier een steentje bij aan de strijd. Een spandoek schilderen, posters plakken, alle cijfers en dossiers doornemen, spreken, luisteren, er gewoon zijn. Allemaal even belangrijk omdat het laat zien dat we misschien niet de grootste aanhang hebben maar wel de beste. In plaats van passief toekijken hoe de club wegkwijnt zijn we in actie gekomen. In een paar weken tijd hadden we ons team klaargestoomd, zowel de verdediging als de aanval stonden op scherp. Met feiten, cijfers en verhalen schoten we achter elkaar keihard raak.
Twee dagen later speelde FC Dordrecht tegen Excelsior. Net als de woensdagavond daarvoor zag ik strijdlust, inzet en overtuiging. Alsof de vonk van de supporters was overgeslagen op de spelers. Helaas bleef het scorebord steken op 1-1 (hoe onterecht was dat?) maar de tegenstander was onder de indruk. Als we dit elke week laten zien kunnen we die rode lantaarn een keer uitblazen en ga je al bijna denken aan de nacompetitie. Dromen mag altijd.

Het is goed om te merken dat de ‘tussenjaren’ ons niet in slaap hebben gesukkeld. Jan van Nieuwenhoven, als vakbondsman gewend om op de barricades te staan, heeft laten weten trots op ons te zijn. In zijn tijdelijke afwezigheid hebben wij zijn motto in ere gehouden: “Wij laten ons niet piepelen!”