Kees en Emile kijken uit naar geurende Brabanders?!

Kees Klok is schrijver, dichter en voormalig leraar, Emile van de Velde werkt in de journalistiek. Ze mijmeren regelmatig op deze plek over het wel en wee van FC Dordrecht, al sinds jaar en dag hun favoriete club. Emile geeft de spreekwoordelijke strakke voorzetten, Kees kopt ze meestal keihard in het net.

 

Hoi Kees!

We hebben het er al eerder over gehad, maar ook deze week was het wéér moeilijk om op tijd in de gaten te hebben wanneer onze club in actie komt. Dat kun je wel overal vinden natuurlijk, die speeldata, en dat hád ik ook al ruim van tevoren gevonden. Maar dan toch, poef, verdwijnt dat hele voetbal weer naar ergens in het achterhoofd. Het schrijven van deze rubriek begint therapeutische vormen aan te nemen. Het is een manier om onze club niet te vergeten.

Dit keer werd ik eraan herinnerd niet omdat ik jou gevraagd had een seintje te geven (dat had ik wel gedaan, maar dat seintje gaf je niet), maar omdat ik een interview met een andere Kees zat uit te werken. ‘Kees?’, dacht ik. ‘Waar ken ik die naam ook alweer van? Oh ja! Van de grote Klok, die deze week een geschreven voorzet van me in het doel gaat werken!’

Wie die andere Kees is, lees je maar in mijn krant. Het is wel een collega-schrijver trouwens.

Maar, anyway, zo vergeten we elkaar dus niet, ook al is het soms op het nippertje. Wat dat betreft had ik afgelopen zondag een fantastische ontmoeting met een bijna vervaagde grootheid uit het pré-coronatijdperk. Ik heb Jan gezien! In levende lijve! De president van onze republiek zat prinsheerlijk in het voorjaarszonnetje, in zijn tuin, vakliteratuur (VI) bij te houden. Hij zag er goed uit, maar blaakte behalve van gezondheid ook van heimwee naar onze club. Zoals wij allemaal. Jan beloofde zijn contacten in hogere kringen aan te gaan spreken, zodat we in april weer eens naar de Krommedijk zouden kunnen. Hij had schoon genoeg van zijn tuin blijkbaar, Jan wil het veld weer ruiken. Desnoods een veld met geurende Brabanders erop.

Ik moet het nog zien hoor, april klinkt wel erg snel. Soms denk ik dat we om onze republiek heen misschien toch eens een heel groot hek moeten zetten, om de virussen van de boze buitenwereld weg te houden. Maar ja, besef ik dan. Met zo’n hek om ons eiland, kunnen ook ploegen als Helmond Sport niet meer op bezoek komen, om door onze jongens afgedroogd te worden. ‘Om met de staart tussen de benen weer terug naar dat stinkende Brabant te worden gejaagd’, zou Jan zeggen.

Fijne wedstrijd vrijdag!

Emile

 

Dag Emile,

Vanmorgen, terwijl ik druk bezig was met mijn nieuwe boek, dacht ik: ‘Is er niet iets met Dordt en met Helmond Sport? Ik zie dat jij daar ook last van hebt, sinds onze tweewekelijkse gang naar het stadion van hogerhand verboden is: dat we het zicht op de speeldata een beetje aan het kwijtraken zijn. Meestal volg ik de wedstrijden wel op de buis, met al mijn Dordt-parafernalia om me heen, maar soms komt het voor dat ik het ding aanzet en we al bijna bij de rust zijn.

Hoe dan ook, ik ging rustig door aan mijn boek, ik moet de uitgever tenslotte tevreden houden, maar tijdens de lunch schoot het me ineens helemaal te binnen. Ik moet nog even die voorzet van Emile op treffende wijze achter de lijn zien te krijgen. En ja, Helmond Sport. Opnieuw bezoek uit Brabant, een schilderachtige provincie, gespecialiseerd in mega varkensstallen en drugslaboratoria. Een mens moet toch wat om aan de kost te komen als bijna de hele economie plat ligt door een virus?

Goed voetballen is ook zo’n manier en ik moet je zeggen, Emile, ik ben de laatste twee wedstrijden niet ontevreden over Dordt. De laatste pot hebben we wel verloren, maar ik vond het spel lang niet slecht. Alleen jammer dat het tegen NAC was. Ik was er ooit bij dat we daar uit met 7-0 verloren en dat moet toch eens worden rechtgezet. Indirect kan dat door Helmond Sport, zoals jij zegt, eens flink af te drogen. Hebben we toch een overwinning behaald op de Benedenmoedijkers. Ik ga er vrijdag speciaal voor zitten met een extra smakelijke neut voor de derde helft. Helaas nog steeds niet in ons stadion. Daar baal ik verschrikkelijk van, maar toch, Emile: fijne wedstrijd!