Hoe gaat het nu met: Yoëll van Nieff houdt nog steeds van Dordrecht

In de zomer van 2013 had nog geen enkele Dordt-supporter bedacht dat er een onvergetelijk seizoen aan zat te komen. Natuurlijk gingen we voor een plek in het linkerrijtje, hoopten we op play-off’s, maar niemand sprak het woord ‘promotie’ uit.

Zoals bijna gebruikelijk vlogen er weer nieuwe spelers in. Sommigen kende je van naam, andere jongens moest je even opzoeken. Zo ook, Yoëll van Nieff , een jonge verdediger van FC Groningen, die aldaar een beetje tussen wal en schip viel. Te goed voor het tweede, maar nog niet rijp voor het eerste. Hij kon naar FC Dordrecht, daar maakte hij wél kans op een plek in de basis. Een kans die hij met beide handen aanpakte en waar hij nog steeds geen spijt van heeft. Zoals hij zelf sprak: “In die periode veranderde alles in goud.”

Nu zit hij in India, bij Mumbai City, dat uitkomt in de hoogste divisie van dat land. Een wereld van verschil vergeleken met zijn periode in Dordrecht, maar Yoëll is inmiddels ook een andere Yoëll dan vroeger. Al blijft zijn periode in Dordrecht hem bij, zoals de dag van gisteren. We belden naar India om herinneringen op te halen.

“Het gaat goed met me, heb het heel erg naar mijn zin. Het is heel anders dan in Nederland. Hier train ik met 28 man en een staf van ongeveer 15 personen. Ze spreken allemaal goed Engels en ze doen er alles aan om het naar je zin te maken. Helaas zijn mijn vrouw en dochter in Nederland gebleven, want voor hen was het leven hier lastig. Dan kunnen ze beter in Nederland blijven wonen bij vrienden en familie. Ik probeer zoveel mogelijk naar Nederland terug te vliegen, gelukkig is dat een directe verbinding.”

Yoëll is FC Dordrecht blijven volgen, niet alleen omdat de club voor zijn doorbraak zorgde, maar ook omdat hij daar zijn beste maatje, Michael Potkamp, leerde kennen. Zo af en toe zie je hem zomaar in het wild lopen langs de havens in Dordrecht. “Eigenlijk zie ik nu pas hoe mooi de stad is, vroeger liep ik er natuurlijk ook doorheen, maar was ik bezig met andere dingen. Als jonge jongen ging ik niet kijken naar een mooi oud kerkje ofzo, daar neem ik nu de tijd voor.”

De tijd die hij nu neemt om naar zijn omgeving te kijken, spendeerde hij in 2013 om te trainen op zijn bijna onfeilbare vrije trap. Na de reguliere training bleef Yoëll nog oefenen om zijn trap te perfectioneren. Tijdens de wedstrijd wist je als Dordt-supporter, zodra Yoëll een vrije trap mag nemen gaan we scoren. “Dat was echt loon naar werken, ik investeerde veel tijd in het trainen op die trap. Blijven herhalen en mezelf analyseren hoe het nog beter kan.”

In de relatief korte periode bij de Schapenkoppen leerde hij veel als voetballer, maar ook als mens. “Ik was altijd heel uitgesproken, misschien had ik zelfs een beetje een grote mond. Op een gegeven moment werd ik na een training flink aangepakt in de kleedkamer door een oudere speler. Even laten voelen dat ik me als jong ventje moest inhouden. Waarschijnlijk is er toen wel een vuurtje aangewakkerd dat ik nodig had. Nu ik zelf wat ouder ben, herken ik het ‘arrogante’ bij andere jonge gasten. Ik pak ze niet aan zoals ik werd aangepakt, maar spreek ze er wel op aan.”

Naast Marco Boogers was Harry van den Ham één van zijn leermeesters. De trainer zag in hem een nummer 10 in plaats van een verdediger. Een verandering van positie waar, op de tegenstander na, iedereen gelukkig van werd. Het leek wel of hij elke wedstrijd groeide. “Harry van den Ham herkende zichzelf in mij, ook mijn slechte kanten. Hij zei: ‘van een dief kun je niet stelen’ om aan te geven dat je hem niks kon wijsmaken. Daar had ik veel aan.”

Helaas zagen ze dat ook in Groningen, want halverwege het seizoen werd hij teruggeroepen naar zijn oude club. Voor Dordt een aderlating en voor Yoëll ook een eind van een periode waarin alles lukte. Hij keerde terug in zijn rol als verdediger en kwam niet meer zo goed uit de verf als voorheen. “Ja, dat was echt jammer, ik wilde helemaal niet weg. Natuurlijk was ik blij dat ‘we’ uiteindelijk promoveerden, maar ik was er het liefst bij gebleven.”

Na Groningen volgde Excelsior, Heracles en het eerste buitenlandse avontuur bij de Puskas Academie in Hongarije. Daar had hij het goed, maar hij wilde graag nog één keer op avontuur en bij voorkeur in Azië. Vanwege de cultuur én de ervaring om daar te kunnen voetballen. Die wens kwam in vervulling toen Mumbai City aanklopte. Hij heeft het, zoals eerder gezegd, naar zijn zin, is één van de sterspelers en geniet van volle teugen van het enthousiasme voor het voetbal in India. Hij heeft een contract dat dit seizoen afloopt, wat daarna volgt is nog onzeker. Alles is mogelijk in het voetbal, misschien nog een avontuur elders in de wereld of terug naar Nederland. Hij hoopt nog zo lang mogelijk profvoetballer te blijven, al zal het een keer ophouden.

De nu 31-jarige speler heeft al wat voetbal-diploma’s op zak, een carrière als voetbaltrainer zou dus een mogelijkheid kunnen zijn. “Daar denk ik natuurlijk wel over na, al zou dat ook weer een opgave zijn voor mijn gezinnetje. Als jeugdtrainer ben je op zaterdag weg, op zondag wil ik zelf nog voetballen en doordeweeks trainen. Dat is niet ideaal.”

Een andere mogelijkheid zou een carrière als begeleider zijn. Bijvoorbeeld als teambegeleider voor nieuwkomers bij een club, als begeleider bij een zaakwaarnemer, maar misschien ook als begeleider op conditioneel vlak. Hij heeft tenslotte genoeg ervaring opgedaan als voetballer om te weten waar er als speler behoefte aan is.

Wanneer Yoëll in Nederland is, gaat hij altijd langs bij Fanny, zij runt de praktijk ‘Silvergate’ in Papendrecht. Fanny is een therapeut die niet alleen zijn pijntjes behandelt, maar ook naar het grotere plaatje kijkt. Ze geeft naast bewegingsadvies en spieroefeningen ook voedingsadvies. “Zij weet precies waar een pijn vandaan komt en haar streven is om dat in één behandeling weg te nemen. Niet zoals bij een gewone fysiotherapeut, waar er vaak meerdere behandelingen nodig zijn. Daarnaast geeft ze ook persoonlijk voedingsadvies waar ik veel aan heb. Het lijkt me wel wat om daar mee bezig te zijn na mijn profcarrière.”

Vooralsnog is daar nu nog even geen sprake van. Wat wél zeker is, is dat Yoëll Dordt-supporter is én blijft. “Ik krijg nog steeds kippenvel als ik terugdenk aan mijn tijd in Dordrecht. Die hele periode is nog steeds helder in mijn geheugen, al is het meer dan tien jaar geleden. Het is fijn dat de supporters nog aan mij denken, maar het is geheel wederzijds.”

Behalve met Michael Potkamp, heeft hij, tot zijn spijt, weinig contact met zijn medespelers van toen. “We volgen elkaar op Instagram maar dat is het zo’n beetje. Het is misschien tijd voor een reünie. Sowieso kom ik graag weer een keer naar een wedstrijd kijken.”

We zullen hem met open armen én een broodje frikandel speciaal (natuurlijk is de Dordtse snack zijn lievelings) verwelkomen.

Dit interview met Yoëll van Nieff verscheen in de eerste editie van het Supportersmagazine FC Dordrecht (2024/2025)