Supportersverhalen: Liefs uit Numansdorp
Numansdorp, een dorp van nog geen tienduizend inwoners, ongeveer een half uurtje rijden vanaf de Krommedijk. Van die tienduizend inwoners zijn er op een wedstrijddag tenminste vier het dorp uit.
Ronald van den Boogert, Ronald van Schelt en hun zonen Melvin en Dylan. Clubliefde die begon toen Ronald van Schelt als klein jongetje het stadion zag schitteren, vanaf het huis van zijn opa en oma in Vogelbuurt. Hij trok er al gauw in zijn eentje op uit om DS’79 te zien voetballen, het was tenslotte maar een klein stukje lopen vanaf de Reigerstraat. Maar vanaf zijn huis in Zwijndrecht was het, later met het brommertje, ook goed te doen.
Het gezin van Schelt verruilde Zwijndrecht voor Numansdorp, om daar een café te bestieren. Een café dat werd overgenomen van de opa van de andere Ronald. Zo ontstond een vriendschap tussen twee naamgenoten, die later versterkt werd door een voetbalclub in Dordrecht. Want ook samen op de brommer was het mogelijk om af en toe een wedstrijdje mee te pakken. Er kwamen vrouwen, kinderen en vrije tijd werd schaars. Totdat de oudste zoons op een leeftijd kwamen dat ze voetbal interessant gingen vinden. Dylan vond het uitje naar de Krommedijk hartstikke leuk, dus ging Melvin ook een keer mee met zijn vader. Het beviel zo goed dat ze voortaan met vier man sterk achter FC Dordrecht gingen staan.
Hun aanwezigheid maakten ze op verschillende manieren kenbaar. Er werden spandoeken gemaakt om hun dorp te prijzen of om bepaalde spelers nog extra in het zonnetje te zetten. Julius Bliek en Liam Bossin zagen hun naam op West wapperen aan de hekken. De twee Ronalds flaneerden over de tribune met een opvallende outfit. De club stond bovenaan in de strijd om de periodetitel en dus werd teletekstpagina 830 afgedrukt op een shirt. De twee ‘Teletekstsupporters’ hadden zelfs nog een opblaashamer in de hand om, onze voormalig speler, Gustavo Hamer een hart onder de riem te steken. Zoons Dylan en Melvin houden het doorgaans bij het dragen van een Dordt-shirt, maar daar staat tegenover dat ze hun stem vaak laten horen. Natuurlijk bij het aanmoedigen van de FC maar wie wel eens in de supportersbus heeft gezeten of een derde helft heeft meegemaakt, weet dat ze elke Hollandse hit woord voor woord kunnen meezingen. Kortom: mocht je denken dat Numansdorp een saaie gemeente is, dan heb je nog geen kennisgemaakt met deze vier ambassadeurs.
Ze weten inmiddels niet beter of de vrijdagavond is hun avond. Moet je van goeden huize komen om daar iets tussen te krijgen. Daarom balen ze er ook van wanneer er wordt uitgeweken naar een andere dag in de week of wanneer er een interlandpauze wordt gehouden. Wat moeten ze dan met hun vrijdagavond? Herinneringen ophalen aan die ene wedstrijd in Leeuwarden waar er zich een wonder voltrok? Of aan het weekendje Oostende waar Liam Bossin steun kreeg van een groep Dordt-supporters en heel Oostende nog steeds ‘Engelbewaarder’ kan meezingen? Of het slotfeestje bij de Supportersvereniging waar ze het zo bont hadden gemaakt dat hun lift naar huis nog dagenlang flesjes Flügel in haar auto vond. Leeg, uiteraard.
Vooralsnog kijken ze uit naar elke volgende wedstrijd waar ze hun club kunnen steunen. Soms nemen ze dorpsgenoten mee voor een Dordt-ervaring, maar ondanks dat ze zich prima vermaken, zijn die nog niet aan een seizoenkaart geholpen. Komt misschien nog wel, ze hebben in ieder geval al zo’n reclame voor de club gemaakt dat ze dagelijks worden aangesproken op de prestaties van hun club. Wat dat betreft leeft heel Numansdorp mee.
Of het aan de steun uit de Hoeksche Waard ligt, is niet na te gaan maar het seizoen draait best lekker. De vier Numansdorpers hopen dus op een plekje in de nacompetitie. Als ze dan maar niet promoveren, want de vrijdagavond is heilig.
Uit: Supportersmagazine FC Dordrecht – Editie 1 (2024/2025)
