Voetballer uit het verleden: Romeo Wouden
Elke voetbalheld heeft zijn eigen unieke verhaal te vertellen. Maar vraag je aan Romeo Wouden hoe het allemaal begon, dan besef je dat sommige verhalen toch net iets specialer zijn. Want als bloemenman John Huijgen er niet was geweest, dan hadden we misschien helemaal nooit van Romeo gehoord. Of wel, maar dan als drummer van een wereldberoemde band. Het kan gek lopen in het leven, gelukkig (voor ons) liep het pad van Romeo richting de Krommedijk.
Geboren in Amsterdam, maar door het werk van zijn vader, opgegroeid in Dordrecht. Ondanks dat hij al een tijdje in het Rotterdamse woont, heeft hij zijn Dordtse tongval nooit verloren. Wonend in de Eigenhaard, vlakbij het spoor, keek hij als kind al naar de stadionlampen. Het betoverde hem, hij moest en zou daar terechtkomen. Aanvankelijk deed hij dat door stiekem onder het hek door te kruipen met zijn vrienden. “Eentje hield het hek omhoog, de ander rende zo snel mogelijk de tribune op, zodat we opgingen tussen het publiek. Klaus de Vlaming heeft me weleens betrapt. Hij heeft het er nog over als we elkaar zien.”
Proeftraining
Op school haalde hij de ene onvoldoende na de andere, zijn ouders en hij wisten al snel: dat wordt geld verdienen met handen of voeten, zeker niet met het hoofd. Gelukkig wist hij zich bij voetbalclub Emma al snel in de kijker te spelen. Op 16-jarige leeftijd mocht hij zich melden bij DS’79 voor een proeftraining. De uitnodiging had hij aanvankelijk naast zich neergelegd. Het was allemaal leuk en aardig, maar hij had een baantje als verkoper bij de bloemenstal van John Huijgen, dat kon hij echt niet combineren met serieus voetballen. Huijgen, groot fan én sponsor van de club werd boos: “Als je niet gaat, mag je sowieso niet meer voor me werken.” Het was het duwtje in de rug dat Romeo nodig had.
Zijn ouders hadden hem een jaar de tijd gegeven om het te proberen als voetballer geld te verdienen. Niks stond hem meer in de weg om te debuteren in het eerste. Uit tegen Emmen kreeg hij van Simon Kistemaker de kans om zich te bewijzen. Het was waarschijnlijk niet een droomdebuut (er werd met 2-0 verloren) maar genoeg om indruk te maken. Hij speelde zeven seizoenen voor de club waar hij als kind van droomde. “Er waren al snel clubs die me wilden hebben, maar ik was nog zo jong , het was voor mij beter om wat lang er in Dordrecht te blijven. Ik had het hier hartstikke naar mijn zin.”

Loyaal
Dag en nacht was hij in het stadion, hij at er vaker dan thuis. Ook als team was het hecht, ze gingen vaak samen stappen of bleven tot in de late uurtjes in de Businessclub. “Maakte allemaal niet uit of je lam naar buiten rolde, als je er maandag maar gewoon weer stond.”
Op vrijdag kwam hij bloemen brengen namens zijn werkgever John Huijgen, om vervolgens te gaan trainen. Hij bleef loyaal aan de bloemenman en de waardering was geheel wederzijds. Dag en nacht stonden ze voor elkaar klaar, Romeo als hulp bij de bloemen, John als supporter en sponsor. Een hechte vriendschap, die tot de veel te vroege dood van John in 2021, duurde.
Romeo was van jongs af aan al supporter, net als zijn vrienden. “Ik was echt zo’n rotjoch dat uitsupporters stond op te wachten als ze langs ons huis kwamen lopen vanaf het station.” Hij was naast speler ook onderdeel van de harde kern. Voor hem was dat heel normaal, hij was opgegroeid met deze vrienden. En vrienden zijn altijd eerlijk, dus kreeg hij gerust de wind van voren wanneer de club had verloren.
Hoogzwanger
Ze waren er ook om hem op handen te dragen wanneer het goed ging. Zeker bij één van de mooiste momenten uit zijn carrière: zijn goal tegen Fortuna Sittard in 1994 waardoor Dordt kampioen werd. “Dat ga ik nooit meer vergeten, mijn vrouw Vanessa was hoogzwanger van onze zoon Jazzley en kwam met champagne het veld op. Daarna naar het stadhuis bij de burgemeester op bezoek. Echt gaaf.”
Na een jaartje Eredivisie met Dordrecht durfde hij uiteindelijk de sprong te wagen. Hij koos voor Heerenveen. Het voelde, vergeleken met andere clubs, goed. Net als Dordt was het een club die voelde als een familie. Maar de werkelijkheid viel in het begin vies tegen. Hij reed het liefst elke dag terug naar Dordrecht, omdat hij de stad zo miste. Wat ook niet hielp was dat hij helemaal niet zo goed meekwam de eerste maanden. “Echt, ik leek wel een amateur qua conditie. Ook was ik altijd gewend om op gevoel te spelen, dat ging me goed af. Kijk maar naar het aantal doelpunten dat ik had gescoord, haha. Maar bij Foppe de Haan moest ik ineens in
een systeem gaan spelen.”
Mexico
Het kwam allemaal op zijn pootjes terecht. Romeo wist ook in Heerenveen te aarden en vooral te scoren. Het bracht hem naar Boavista in Portugal en naar zijn mooiste buitenland avontuur: Veracruz in Mexico. “Er waren volgens mij wel 120.000 man bij de wedstrijd tegen CF América, geweldig. Ik zou zo teruggaan naar dat land. De mensen, de taal, de beleving. Volgens mij was ik in mijn vorige leven een Mexicaan, dat kan niet anders, haha.”
Omdat de bal net als een cirkel rond is, eindigde de voetbalcarrière van ‘Dordtse Woudje’ zoals -ie ook werd genoemd waar het begon: op de Krommedijk. Na zijn Mexicaanse avontuur keerde hij terug naar Nederland om bij Sparta te voetballen. Het liep allemaal niet zo lekker in Rotterdam en dus liet hij zich verhuren aan zijn eerste en echte club. “Marco Boogers en Nico Jalink hadden me benaderd en ik twijfelde geen moment.”
Drummer
Het waren zijn laatste wedstrijden als profvoetballer, het was mooi geweest. Romeo had nu tijd om zijn andere talent te laten gelden. Want net als zijn vader, die professioneel drummer was, kon hij ook goed met een drumstel overweg. Het had er even om gespannen of hij had als jong jochie gekozen voor een carrière als drummer. “Ik was er allebei goed in, maar als voetballer kon je meer verdienen, dus koos ik voor het voetbal.”
Hij heeft allebei zijn talenten uiteindelijk kunnen verzilveren. Na het voetbal heeft hij twaalf jaar met zijn professionele band ‘FrentZ’ opgetreden. Op YouTube staan nog genoeg filmpjes waar je Romeo achter een drumstel ziet schitteren. Nu is hij al acht jaar werkzaam voor een autobedrijf, dat valt beter te combineren met zijn zorg voor de tweeling van vier jaar. “Daar gaat nu zoveel tijd in zitten, echt nog een lastige leeftijd hoor.”
Jeugdtrainer
Maar als ze straks wat ouder zijn, dan lonken de stadionlampen van de Krommedijk weer. “Ik heb mijn trainerspapieren, het liefste zou ik weer teruggaan naar Dordt en als jeugdtrainer aan de slag gaan.” Kan hij zijn kinderen gewoon meenemen, want het voetbaltalent hebben ze van hun vader meegekregen. Zou dus zomaar kunnen dat de cirkel, die al zo rond was, nog een extra rondje meegaat.
Dit interview met Romeo Wouden verscheen in de tweede editie van het Supportersmagazine FC Dordrecht (2025/2026)
